Schoonmaakwerk

Materieel moet schoon zijn en schoon gehouden worden, dat verwachten de bezoeker en de meereizende passagier. Als het materieel schoon is, geef je daarmee een visitekaartje af. Heel belangrijk dus! En wat betekent dat schoonmaken allemaal?

Ramen wassen

Het idee van een raam is dat je erdoorheen moet kunnen kijken. Bij vieze ramen lukt dat minder dan bij schone. Dus moeten ze regelmatig gewassen worden. En elk raam heeft twee zijden, dus het is altijd meer werk dan je denkt!

Stofzuigen

De PCC’s hebben rubber vloerbedekking, daar kan je makkelijk met een bezem doorheen. Hoewel er ook af en toe een dweil over de vloer moet. Maar bij het vooroorlogse materieel zijn vloerlatten op de houten vloer gespijkerd. Slim, want dan valt vuil, dat door de passagiers naar binnen wordt gelopen, ertussen. Maar om het weg te krijgen werkt alleen een stofzuiger, langdurig klusje, maar zo’n vloer knapt er altijd enorm van op!

Koperpoetsen

Het vooroorlogse materieel is rijkelijk voorzien van koper. Eigenlijk geen koper, maar messing (een legering van koper en zink). Maar we noemen het al jaren koper. Om het netjes te houden moet koper gepoetst worden. In de winter staat dat koperpoetsen op een laag pitje, maar in het seizoen, als ook iedereen het vastpakt, moet het regelmatig gepoetst worden. Doen we altijd op zaterdagen met de hele club, dan verdeel je de pijn en het is nog gezellig ook. Vinden we het leuk werk? Nee, maar je moet het doen om het netjes te houden en het resultaat geeft toch een goed gevoel.

Technisch onderhoud

Onze trams maken veel kilometers en je kunt niet verwachten dat dit altijd maar goed blijft gaan. Er gaat wel eens wat kapot of er werkt iets niet meer. Zeker ook omdat het materieel al op leeftijd is! Het is dus belangrijk om technisch onderhoud uit te voeren. Preventief onderhoud, dus onderhoud geven als alles nog werkt, om te voorkomen dat er iets stuk gaat. En correctief onderhoud, in feite corrigeer je dan het opgetreden defect.

Zoeken en verhelpen van storingen

Over het algemeen zijn storingen van elektrische of mechanische aard. Degene die het probleem gaat opsporen en/of er wat aan gaat doen om het te verhelpen, moet op het betreffende gebied kennis van zaken hebben. Afhankelijk van de leeftijd van het voertuig is het aandeel van de elektrotechniek meer of minder groot. Het vooroorlogse materieel is mechanisch, alles wat met elektrotechniek te maken heeft is elektromechanisch. De PCC is zo’n beetje een tussenvorm. Er zitten veel relais in en een beetje elektronica. Meer recente trams, zoals de GTL en de Citadis hebben juist veel meer elektronica, waar je vaak niet aan kan zien of het nog heel is of defect. Maar goed, die hebben we op dit moment nog niet in het museum. De boodschap is dat niet iedereen dit werk kan doen, je moet er wel technisch voor geschoold zijn. Dat is de basis, want dan weet je nog steeds niet wat waar zit in een tram. In de praktijk moet je leren hoe een tram in elkaar zit, hoe alles werkt, hoe je storingen kunt opsporen en hoe je defecten kunt repareren.

Planmatig preventief onderhoud

Ook hier weer een verschil tussen mechanisch en elektrisch. De frequentie van het onderhoud wordt bepaald door hoe vaak onze trams worden ingezet. Ter illustratie: als een tram normaal het hele jaar dienstdoet, krijgt hij jaarlijks preventief onderhoud. Dat geldt bijvoorbeeld voor de meeste PCC’s. Pekelaanhangwagen 14, die alleen wat rangeert en meerijdt met optochten, krijgt misschien eens in de vijf jaar onderhoud. Voorbeelden mechanisch onderhoud: olie in de glijlagers aanvullen (astaplagers en motorsteunmetalen, draaipunten van draaistellen), remwerk afstellen, druk van de stroomafnemer tegen de bovenleiding controleren en zo nodig opnieuw afstellen. Voorbeelden elektrisch onderhoud: contacten in de schakelkasten zonodig schoonmaken of vijlen. Koolborstels controleren en vernieuwen. Hé, is dat niet mechanisch? Het zit allemaal dicht bij elkaar. Ook voor het onderhoud geldt dat technische kennis een pré is om dit werk te doen, alhoewel dit eenvoudiger te leren is dan storing zoeken.

Revisie

Soms helpt onderhoud niet meer en is een tram aan een revisie toe. De toestand van de tram bepaalt hoe omvangrijk zo’n revisie zal moeten zijn. Is de stalen zijbeplating nog te redden of moet hij worden vervangen? Moet de vloer eruit om bij de stalen binten van het frame te komen? Hoe zit het met de tractiebekabeling, is de isolatieweerstand nog wel in orde of moeten er nieuwe kabels in? Kunnen we alles zelf of moeten we werk uitbesteden?
Over het algemeen is een revisie van een tram een omvangrijk werk waar duizenden uren in gaan zitten. Voorbeeld: de revisie van pekelaanhangwagen 14 in 1976/1977 heeft ongeveer 2000 uur gekost. En dat voor een simpel wagentje zonder motoren van nog geen vijf meter lang. Meeste werk daar was het ontroesten, het ding is volledig uit elkaar geweest. Een eenvoudige schilderbeurt zoals onlangs bij de 265 heeft al meer dan 500 uur gekost. En alles gaat in vrije tijd, dus dan geldt vooral: vele handen maken licht werk. En anders gezegd: het is eerder klaar als er meer mensen zijn om aan te kunnen werken!
En wat moet je kunnen om een tram te reviseren?
Je hoeft niet alles te kunnen, want het werk wordt over het algemeen door diverse medewerkers uitgevoerd en iedereen is wel ergens handig in. Globaal: bewerken van staal, bewerken van hout, schilderen, elektrische werkzaamheden en….uiteindelijk ook schoonmaken en koperpoetsen!