Nieuwsflits - Nummer 1


Dagboek december 2011 dl28
Zondag 1 januari 2012 

Nummer 1

 

Inhoud:



265

Motorwagen 265 is de eerste motorwagen van de collectie historisch trammaterieel van het HOVM. De wagen is museumwagen geworden in het jaar 1964, toen de HTM vierde dat er 100 jaar lang trams door Den Haag reden. Inmiddels is goed te zien dat de 265 er in de tussentijd niet beter op is geworden. Niet wat betreft de techniek, want de wagen is oerdegelijk en mankeert verder niets, maar dak en buitenzijde zijn zo langzamerhand aan een opknapbeurtje toe. Het dak lekt al geruime tijd en de verf aan de buitenzijde wordt opzijgezet door roestvorming. Een grote revisie zit er op korte termijn niet in. Niet alleen is de wagen op dit moment hard nodig voor het rijden van ritten (er is slechts beperkt vooroorlogs materieel goedgekeurd om op het tramnet te rijden), maar we hebben nog motorwagen 36 staan die voor het jubileum van 150 jaar tram in 2014 rijvaardig gemaakt moet worden. En twee wagens reviseren voor die tijd is niet haalbaar. Vandaar dat besloten is de 265 een beperkte opknapbeurt te geven, verdeeld over verschillende fasen.

In de tweede helft van 2010 sneuvelde de sleepbeugel van de 265 onder de Resident, waarna de wagen noodgedwongen buiten dienst ging. In het voorjaar van 2011 is een nieuwe beugel gemaakt en op het dak geplaatst. Er was echter geen tijd meer om meer te doen aan het dak, maar na het einde van het rijseizoen is dat direct weer opgepakt. In deze eerste fase wordt het dak gerepareerd en geschilderd, evenals alle apparatuur die op het dak aanwezig is (weerstandkasten, automaten, lijnlantaarns, etc). Het repareren houdt in dat op plaatsen waar het daklinnen beschadigd is, een stukje nieuw daklinnen als een pleister op het dak wordt gespijkerd/geverfd. Dat is een lapmiddel, maar het idee is dat deze constructie het zo'n vijf jaar vol moet houden, in elk geval tot na het jubileum in 2014. Daarna zal het hele dak kaal gemaakt worden en komt er nieuw daklinnen, nieuwe bekabeling, etc. Doel van de huidige actie is dat het dak weer waterdicht is en we de wagen gewoon kunnen inzetten zonder eerst naar buienradar te hoeven kijken.

Als er voor aanvang van het rijseizoen 2012 nog voldoende tijd over is, zal ook het plafond binnen van een nieuwe verflaag worden voorzien.

Eerste deel van het werk bestaat uit het schoonmaken en schuren van het dak.
Het werk wordt uitgevoerd in de wagenwerkplaats, dus geen last van de bovenleiding.
Een van de reparatieplekken. Een stuk daklinnen wordt vastgespijkerd op het dak, terwijl het met dakverf wordt doordrenkt.
Een volgende te repareren plek wordt opgemeten.
Verschillende plaatsen zijn gerepareerd.
Kleine reparatieplek.
Dit stuk ziet er al compleet uit.
Overigens is dit nog niet de definitieve dakkleur, er komt nog een ander laagje overheen.

Naar boven ^


H5

Aan pekelwagen H5 wordt al enkele maanden gewerkt. Vorig jaar is de H5 al beperkt ingezet bij het schoonrijden van het tramnet na sneeuwval, dit winterseizoen zal de wagen er nog meer klaar voor zijn. Met Kerst 2010 waren twee nieuwe pekeltanks geplaatst en voorzien van een tijdelijke pekelwatervoorziening (tuinslangen van de tank naar de rails, te bedienen met een kraantje). Inmiddels is de installatie een stuk professioneler. De foto's geven daar een goede indruk van. De bedoeling van de H5 is dat hij ooit weer teruggebouwd gaat worden naar motorwagen 295, maar voorlopig is de wagen dus weer tijdelijk pekelwagen, ter ondersteuning van HTM bij de pekeldienst. Door onze inzet bij de ombouw van de wagen en het rijden in de pekeldienst bouwen we credit op bij HTM, zodat wij in ruil daarvoor weer diensten van HTM kunnen verkrijgen. Een soort ruilhandel dus. Op termijn zal de uit Frankrijk teruggehaalde H2 de taken van de H5 gaan overnemen, maar voorlopig is de H5 dus nog even gewoon H5. Het blijft echter een museumwagen en dat betekent dat hij er ook een beetje netjes uit moet zien, ook met het oog op het jubileum in 2014. Op dit moment ligt de aandacht voornamelijk op het interieur en de technische installatie, maar zolang als er geen sneeuw valt en de buitentemperatuur gunstig is, zal ook aan de buitenzijde worden gewerkt.

Het kranenblok voor het regelen van het pekelwater is voorgebouwd.
Het kranenblok is gemonteerd aan de zijde van het A-balkon.
het uiteinde van een van de pekelslangen, gezien van onder de wagen.
 
Onder elk van de balkons is een extra aansluiting gemaakt, waar een Gardena koppeling op is bevestigd. Met een van de kranen van het kranenblok kan er pekelwater naar deze leiding worden gestuurd. 
Op de aansluiting kan een slang worden geklikt zodat ook het naastliggende spoor kan worden gepekeld.
 
De beide tanks hebben elk een eigen kranenblok. Tussen de tanks wordt een verbindingsleiding aangebracht.
De leiding is aangesloten, kraan staat nog dicht.
 
De kranen aan elk uiteinde van de verbindingsslang zijn opengezet (alleen de B-tank bevatte tot op dit moment pekelwater).
Pekelwater stroomt nu uit de B-tank naar de A-tank. Test was gedaan om te zien of er ergens lekkage zou optreden, dat was gelukkig niet het geval.
 
De pekelinstallatie is compleet, tijd om de tanks te vullen. De H5 wordt naar de pekelremise gereden en wordt vanaf daar gevuld.
 
Het vullen van de tanks.
 
Gevuld.
 
Om te voorkomen dat er iemand per ongeluk op de leidingen gaat staan zodat er wat af zou kunnen breken, wordt een beschermende kast om de leidingen en kranen heen gebouwd.
 
Gaten in het deksel om de kranen te kunnen bedienen.
En geschilderd.
 
De vloer lag vol met zand en vuil. Alle ruimten tussen de vloerlatten worden schoongemaakt.
 
De vloer van het interieur is geschilderd.
De staande constructie is een zandbak met daaronder een elektrische zandstrooier. Dit is gemaakt omdat de oude mechanische zandstrooiers volkomen verteerd waren. Aan de zandbak is een deurtje gemaakt.
Dit deurtje wordt gebruikt om elektrische apparatuur aan te bevestigen.
Apparatuur is bedraad.
 
Aan de voorzijde, te bedienen door de bestuurder, is een kastje gemaakt met drie drukknoppen. De linker groene knop bedient de elektrische bel, de middelste gele knop de elektrische zandstrooiers en de rechter witte knop de luchthoorn (alles alleen aan de A-zijde). 
De mechanische voetbel is gebleven, maar toegevoegd zijn een elektrische bel (ex-PCC) en een luchthoorn.
Bij de pekelslangen onder het A-balkon zijn waterdichte LED lampen bevestigd, om eenvoudig te kunnen controleren of er voldoende pekelwater uit de slangen stroomt.
 
De aanvullende elektrische apparatuur maakt gebruik van drie extra 12 volt accu's, hiervoor is een aparte accubak gemaakt.
 
De techniek is nu grotendeels gereed en de wagen is inzetbaar voor de pekeldienst. Tijd om aan de conservering van de wagen te gaan werken. De kast waar normaal de pekel naar binnen komt wordt ontroest.
Evenals de beplating eronder.
 
Het schilderwerk in het interieur is redelijk, maar behoorlijk dof. 
Daarom wordt alles geschuurd zodat ook het interieur een schilderbeurt kan krijgen.
 
De Storz koppeling van de pekelinvoer wordt gedemonteerd om gereviseerd te kunnen worden.
De kast waar de koppeling normaal in zit, moet nog worden aangepakt.
 
Het schilderen van het interieur kost twee dagen. De tanks worden voor de gelegenheid afgedekt.
 
Links gereed, rechts moet nog. Voor de modelbouwers: RAL 7032.
 
Interieur gereed, de balkons komen later aan de beurt.
Om de tanks te kunnen vullen zonder dat er een brandslang door de wagen moet lopen, wordt een aparte vulleiding aangebracht.
Zodra de Storz koppeling is teruggeplaatst, wordt er een flexibele verbinding gemaakt tussen de koppeling en de vulleiding.
Aan de buitenzijde van de wagen moet nog flink wat roest worden weggewerkt.
 
Door het weglekken van pekelwater is de beplating onder het vulluik behoorlijk aangetast.
 
Overtuigd?
 
Ontroesten is het devies.
 
De ruimte achter het vulluik is ontroest en behandeld met roestbindende verf. Er is een begin gemaakt met het verwijderen van de afdeklatten op de zijbeplating.
Zinvol om die latten te verwijderen, want hier zit de meeste roest onder!
 
Het verwijderen van de latten kan niet zonder enig geweld toe te passen.
Meeste roest is verwijderd.
Het nummer 'H5' wordt verwijderd.
Daarna met behulp van wat terpentine de lijm wegpoetsen.
De zijbeplating wordt geschuurd.
Alle ontroeste delen worden met een roestbindende verf behandeld.

Naar boven ^


1187

Voor de 1187, die ooit samen met collega PCC's 1180, 1193 en 1321 in Amsterdam heeft gereden, is geen emplooi meer. We hebben van de vier genoemde wagens in het HOVM al de 1180 en 1193, die bedoeld zijn om te worden ingezet op een nog op te zetten toeristentramlijn. Die twee wagens zullen daarvoor ook enkele aanpassingen krijgen die we bij museummaterieel niet zullen en kunnen doen, omdat daarbij authenticiteit een belangrijke rol speelt. Maar bij de 1180 en 1193 kunnen we daar wat vrijer in zijn.

Er was al het plan om de 1187 te gaan slopen om daarmee ook aan onderdelen te komen, maar toen begin december 2011 de motorgenerator van partytram 1302 defect raakte werd het onttakelen opportuun. De 1165 sleepte de 1187 van de remise Zichtenburg naar de Frans Halsstraat, alwaar de wagen de komende maanden geheel onttakeld zal worden. Daarna volgt sloop.

De 1165 heeft de 1187, die 'andersom' staat, aangekoppeld in de remise Zichtenburg.
Twee rode lampen doen dienst als sluitlichten.
Het transport gaat via lijn 2 en lijn 11 naar het HOVM. Op het eindpunt Kraayenstein wordt gewacht om direct achter de diensttram te kunnen vertrekken.
 
De 1187 is aangekomen op het remiseterrein van het museum. De 1180 (links) komt helpen om de 1187 naar binnen te rangeren.
 
Zodat er nu twee neuzen aan elkaar gekoppeld staan.

Naar boven ^
 

1210

De 1210 had de pech om in november 2011 een losgewaaide remisedeur tegen zich aan te krijgen tijdens een rangeerbeweging. Het herstel werd nog dezelfde dag gestart en binnen een week was de wagen gerepareerd en weer inzetbaar.

Schade aan de 1210: een kapotte richtingaanwijzer en lakschade.
 
De richtingaanwijzer is vervangen.
 
Nu de lakschade nog.
 
Met tweecomponentenplamuur wordt de kras gevuld.
 
En daarna geschuurd en gelakt.

Naar boven ^
 


1302

Partytram 1302 gaf begin december problemen, de wagen wilde niet meer opstarten. In eerste instantie werd gedacht dat het zou liggen aan de accu's, die al aardig op leeftijd zijn. Uiteindelijk bleek een lekkage de oorzaak van alle ellende. Zoals een echte partytram betaamt zit er een watervoorraad in waarmee glazen kunnen worden gespoeld, kan worden afgewassen, etc. Op de een of andere manier is er water gelekt uit de afvoer of vanuit de overloop van het waterreservoir, in elk geval is er veel water op de vloer en daarna via de ruimten in de vloer in de diverse elektrische ruimten terechtgekomen. Dit heeft geleid tot het opblazen van de motorgenerator (een motor draait op 600 volt bovenleidingspanning en drijft een generator aan die 40 volt gelijkspanning levert voor het stuurstroomcircuit). Een vervangend exemplaar zal komen uit de 1187 (zie boven). Daarna moet de lekkage worden opgespoord en hersteld. Bovendien zal een groot deel van de elektrische apparatuur moeten worden uitgenomen en hersteld of vervangen. Ook de accu's zullen worden vervangen, waarvoor het nodig zal zijn een nieuwe accukast te maken. Alles bij elkaar een flinke klus waar we nog wel even mee bezig zullen zijn. Totdat de wagen gereed is rijdt de 1210 de partytramritten.

Een deel van het gelekte water is over deze 600 volt schakelaars heen gelopen, die zullen moeten worden schoongemaakt.
En dat geldt ook voor dit blok schakelaars, waar onder andere de motorgenerator mee wordt gestuurd.

Naar boven ^


1304

Tijdens een van de museumritten op 5 november kreeg de 1304 een aanrijding in de Oranjelaan. Daarbij raakte de linkerzijde van de wagen behoorlijk beschadigd. Besloten werd om dat deel, ongeveer de eerste helft van de blinde zijde (de kant waar geen deuren zitten, bij een PCC dus de linkerzijde) opnieuw te schilderen. Nadat de beschadigde schortplaten waren vervangen en de behuizing van de motorgenerator deels was vernieuwd, is de wagen geschilderd. Per abuis is daarvoor de verf van slijpwagen 1139 gebruikt. Dat is een kleur geel (RAL 1007) die overeenkomt met onderhoudswagens van HTM afdeling Railinfrastructuur (zoals bovenleidingswagens). De kleur geel van de PCC's is lichter. Vervolgens is gedacht dat RAL 1003 (signaalgeel, is Openbaar Vervoer geel) de juiste kleur voor de PCC was, daarom is dit aangeschaft en op de wagen gezet. Toen werd al snel duidelijk dat deze kleur ook weer niet de juiste was. Bezint eer gij begint! Nou ja, de wagen wordt er niet slechter op. Voorlopig is de 1304 weer inzetbaar. Tegen de tijd dat de vogeltjes een ei gaan leggen zullen we nog eens een derde laag geven met dan wel de juiste kleur. Mocht u de wagen tot die tijd voorbij zien rijden weet u in elk geval waar het kleurverschil vandaan komt :-)

Dit autootje had niet in de gaten dat de tram voorrang had moeten krijgen.
Beschadigde schortplaten.
 
En ook de behuizing van de motorgenerator heeft schade opgelopen.
In de remise worden de beschadigde schortplaten losgeboord.
 
De stalen constructie waar de schortplaten op waren aangebracht zijn ontroest en behandeld met een conserverende lak.
 
Een van de schortplaten is vervangen door een exemplaar dat ooit bedoeld was voor een creme wagen.
De schortplaten zijn alle hersteld.
 
Reparatie van het linker ventilatieluik van de motorgenerator. 
Onder het luik is een nieuwe strip gemaakt.
 
De stootstrippen worden aan de achterzijde in de lak gezet (voor de liefhebbers: RAL 7011).
Niet de hele wagen wordt gelakt, alleen het beschadigde deel. Dat is wel de helft van de linkerzijde.
Het geel is gelakt met RAL 1007. Achteraf bleek dat de verkeerde kleur te zijn.
 
De schortplaten worden grijs gelakt (ook RAL 7011).
 
Het resultaat, nog zonder stootstrippen.
 
Die stootstrippen worden in de (warme) werkplaats verder afgelakt.
 
Het opbrengen van de tweede laklaag, met RAL 1003. 
 
Zo valt het kleurverschil nog wel mee...
 
Maar bij daglicht blijkt dat het toch echt niet klopt! Inmiddels hebben we het juiste kleurnummer en zal de wagen dus nog een derde laklaag krijgen.

Naar boven ^